← Werk · Case · Paardekooper Creative
Hoe een reactieve studio een bestuurde in-house agency werd. Paardekooper Creative, 2022-2025.
Toen ik in de zomer van 2022 begon bij Koninklijke Paardekooper Group, trof ik een studio van tien creatieve professionals die ruim 1.350 opdrachten per jaar verwerkte. Verpakkingsdesign, productontwikkeling, fotografie, styling, grafisch werk. En toch was de heersende aanname in de organisatie dat de studio vooral geld kostte.
Dat was geen onwil. Het was een zichtprobleem. Niemand kon zien wat er doorheen liep, voor wie, en wat het waard was.
Eerst kijken
Aanvragen kwamen binnen via het bedrijfsbrede IT-servicedesksysteem. Geen creatieve workflowlogica, geen capaciteitsregistratie, geen taxonomie. In de praktijk werd het systeem omzeild: mensen mailden, belden of liepen langs bij het teamlid van hun voorkeur. Binnengekomen tickets werden verdeeld via een roulerend dagrooster, min of meer op de waan van de dag. Eenmaal verdeeld had niemand meer overzicht.
Er was ook al een goed idee. WrappitUp, een entiteit waarmee creatieve services aan klanten werden aangeboden. Er zat mooi werk in: trendtrajecten die tot nieuwe verpakkingslijnen leidden, inpakworkshops, innovatieve verpakkingsoplossingen. Maar er hing geen model aan. Een eigen website zonder link naar het moederbedrijf, geen eigenaarschap, geen werkwijze. In drie jaar kwam er via die website welgeteld één aanvraag binnen.
Het idee klopte. De uitvoering niet. Dus heb ik het idee omarmd en de uitvoering opnieuw neergezet, onder één duidelijke identiteit: Paardekooper Creative.
Mensen eerst
Voordat structuur kan landen, moet het team het kunnen dragen. Ik trof veel historische bagage, wantrouwen richting de leiding en functies die niet klopten met het werk. Ik heb alle functieprofielen herschreven naar het daadwerkelijke werk en de juiste inschaling, en ben tussen het team en de organisatie gaan staan. Duidelijkheid, vertrouwen en de juiste omstandigheden. Het team had echte kwaliteit en wilde goed geleid worden. Zodra dat gebeurde, reageerden ze.
De regielaag
Daarna heb ik de regielaag gebouwd die er nog niet was. Eén front door: een verplicht intakeformulier met taxonomie voor divisie, werksoort en werkgebied. Elke aanvraag een grootteclassificatie met vaste doorlooptijd. Dagelijkse triage. Vijf werkstromen met elk hun eigen logica, van kleine checks met twee dagen doorlooptijd tot productontwikkeling met ingebouwde tussenstappen. Spoed bestond, maar als bewuste route met spelregels, niet als achterdeur.
De tooling volgde het model, niet andersom. De business case voor de overstap naar Monday won het van doorbouwen op het bestaande systeem, ook financieel. En de taxonomie maakte analyses mogelijk die er nooit waren geweest: wie vraagt wat, hoeveel tijd kost het, en waar gaat de waarde naartoe.
Met een tariefstructuur per werktype werd de werkverdeling voor het eerst zichtbaar: de helft klantwerk, een kwart merk en marketing, een kwart groepsondersteuning. De studio die alleen maar geld kostte, bleek voor meer dan de helft direct aan klanten te leveren.
Wat het opleverde
Beide strategische KPI's werden in het eerste meetjaar gehaald. Daaronder de cijfers die daarbij horen, elk met de meetbasis eronder zodat ze navraag doorstaan.
Aandeel A&I in de verdeelsleutel
Van 16,5% naar 28,6% in drie jaar, bereikt via promotie, prioritering en triage. Niet via extra capaciteit.
De lijn zet drie jaar door, ook na de overstap naar Monday, wat laat zien dat het aan het systeem lag en niet aan een goede maand. 2022 en 2023 uit de TopDesk-export, 2024 (feb-okt) uit de Monday-export.
Doorlooptijd -27%. Gemiddelde uitvoeringsdoorlooptijd, van 31,9 naar 23,3 dagen op de geschoonde TopDesk-export. Vaste feedbackrondes en heldere beslisrechten haalden het lange stilliggen tussen stappen eruit. Het cijfer gaat over de uitvoering, niet over de tijd dat een aanvraag bij de aanvrager lag.
Adoptie 99%. Aandeel van het werk dat via de nieuwe intake in Monday binnenkwam, in plaats van via mail, Teams of de wandelgang. Mensen omzeilden het systeem niet meer, niet omdat het moest maar omdat het werken makkelijker maakte. Precies het punt waar toolingtrajecten normaal stranden.
Business units +43%. Unieke business units met minstens één opdracht in het jaar, van 21 naar 30. De studio werd vindbaar in plaats van gegund.
Bronnen: TopDesk-export (sep 2021 - feb 2024) en Monday-export (mrt - okt 2024). Alle percentages berekend op ruwe ticketdata.
De grens van het model
Twee jaar data maakte ook iets anders zichtbaar: de studio leverde waarde aan vier entiteiten maar werd betaald door twee. Ik heb een voorstel gedaan om design als groepsservice te positioneren, met financiering op basis van werkelijk gebruik. Voor mij de logische doortrekking van hetzelfde principe: een operating model stopt niet bij de studiomuur. Het reikt tot elk beslispunt waar creatieve consequenties ontstaan, ook waar financiering en organisatie-inrichting worden bepaald.
Het voorstel is niet overgenomen. De organisatie koos tijdens de reorganisatie een andere route. Daarmee werd ook de grens van mijn mandaat zichtbaar: het operating model van een studio kan alleen duurzaam werken wanneer financiering en organisatie-inrichting erop aansluiten. Paardekooper Group werd in augustus 2025 failliet verklaard, drie maanden na mijn vertrek.
Wat blijft
Bij Paardekooper heb ik gebouwd wat ik overal bouw: een omgeving waarin creatief werk voorspelbaar stroomt zonder dat de creatieve ruimte verdwijnt. De vorm verschilt per organisatie. Het principe niet. Hoeveel afdelingen, systemen of externe partijen er ook bijdragen aan het werk, één rol moet het expliciete mandaat hebben om de samenhang te bewaken.
Ik wissel graag van gedachten over hoe creatieve teams voorspelbaar leveren zonder dat het vakmanschap ondersneeuwt. Over een vaste rol waarin dat samenkomt, of over een selectief interim- of adviestraject.